Gedicht ‘Van Gogh Kerkje’ van Marcel Westphal

Tijdens de feestelijke jubileumbijeenkomst kwam de ziel van het Van Gogh Kerkje nog eens extra tot leven in het gedicht: Van Gogh Kerkje, geschreven door Marcel Westphal.

Van Gogh Kerkje

Tot vaders voortdurende verdriet
paste Vincent in de verste verte niet
in het keurige, kerkelijke leven.

Vincent was vol passie, vol vuur,
verliefd op en verslingerd aan de natuur.
Geen vlokje vroomheid leek aan hem te kleven.

Wat is er toch met hem aan de hand?
dacht de in het kerkje praktiserende predikant
terwijl hij ‘s-avonds laat weer huiswaarts ging.

Waarom begrijpt vader toch maar niet
dat een schilder de wereld écht anders ziet, 
verzuchtte Vincent vol verontwaardiging.

Moeders onzalige en ongelukkige val uit de trein 
moet de reddingsboei van het gezin Van Gogh geweest zijn 
want Vincent besloot haar een speciaal schilderij te schenken.

Het uitgaan van de hervormde kerk
was de naam van zijn lokale meesterwerk
waarmee hij ook zijn vader bediende op zijn wenken.

Slepend met allerhande schildergerei,
op slechts een steenworp afstand, het ouderlijk huis nabij,
was Vincents oog al veelvuldig gevallen op het bouwwerkje.

Het was fris, frivool en fijn,
niet kolossaal en pontificaal maar kies en klein, 
een parmantig, Protestants kerkje.

De ligging van het gebedshuisje was uniek.
Hij schilderde het houtrijk en rustiek,
tastbaar, aaibaar, afgetekend tegen een grijsblauw zwerkje.

Sindsdien staat het Van Goghkerkje centraal,
in de belangstelling van ons allemaal.
Dat zie je. Dat voel je. Dat merk je.